Kiezel / Bouwien Jansen ; illustraties Sanne te Loo

Meisje Kat groeit liefdeloos op in een keurig huis in de stad. Ze woont alleen met haar ouders, die aan een aardig staaltje emotionele verwaarlozing doen. Maar als haar oom Roemer, die ze nauwelijks kent, plotseling overlijdt worden hun levens flink door elkaar geschud.
Roemer woonde buiten de stad, in een fantastische houten villa, waar hij een enorme hoeveelheid antiek en curiosa verzamelde. Een hoop geld waard, en de op geld beluste ouders van Kat erven alles. Ze moeten er wel gaan wonen. En de vieze zwerfhond ‘Beest’, Kat’s enige vriend, mag zelfs naar binnen in de hoop dat hij een goede waakhond zal zijn.
Voor Kat is de villa Het houten nest de hemel, en een fantastische ontdekkingsreis, een museum van bijzondere voorwerpen. In een bureaulade vindt ze een steen die ze in haar zak steekt. De steen lijkt magisch: hij knettert af en toe en lijkt soms te reageren op Kat. Vanaf dat moment begint Kat allemaal interessante mensen tegen te komen.
Op het graf van oom Roemer zit een man met een gitaar een enorm droevig lied te zingen en in een boom in de tuin van Het Houten Nest, vindt Kat een bijdehante jongen die uitvinder wil worden: Roef. Ze leert zijn Stampertjesachtige familie kennen die in een gezellig kamp woont dat bestaat uit een hoop slordige en scheve, zelfgebouwde bouwwerken, en Roefs ‘halve’ zusje Bel (evenals de ‘halve soldaat’ die in Tortots keuken opduikt [Hoe Tortot zijn vissenhart verloor / Benny Lindelauf], heeft zij geen benen meer).
Kat is niet goed in vrienden maken, maar Roef en Bel zijn behoorlijke volhouders. Als Bel ook een speciale steen blijkt te hebben gevonden, gaan ze met zijn drieën (en Beest uiteraard) op onderzoek uit: wat zijn die stenen en waar komen ze vandaan? En wie is de mysterieuze, verdrietige gitaarman?
Aanvankelijk las ik het als een verhaal in de huidige tijd, maar op een gegeven moment leek dat niet meer helemaal te kloppen. Het wilde echter niet meer echt veranderen in mijn hoofd. Maar dat maakt ook niet uit: het is een tijdloos, sprookjesachtig verhaal over familiegeheimen, vriendschap en mededogen. En heel mooi ook: een lief verhaal over kinderen die wat missen in hun leven, avontuurlijk, met interessante karakters en geweldige omschrijvingen van het Houten Nest en het kamp van Roefs familie.
Sanne te Loo verzorgde de illustraties. Met potlood (zo te zien) heeft ze op de kaft een prachtige versie neergezet van een stuk van het rommelige Houten Nest in een wilde tuin. Wellicht dat de Kat met stoere staart en broek me naar deze tijd plaatste. Op het schutblad voorin een mooi overzicht van het gebied waar het verhaal zich afspeelt. Was niet eens nodig, maar is wel heel leuk om naar te kijken. Op het achterste schutblad een kamer uit het Houten Nest, vol bijzondere voorwerpen zoals opgezette dieren, maskers, een kattenmummie. Helaas is Kat zelf onder het NBD Biblion-label verdwenen. Aan het begin van ieder hoofstuk staat een kleine zwart-wit tekeningen van een van die voorwerpen.
Bouwien Jansen schreef jarenlang voor jeugdtijdkranten Kidsweek en 7days, en schreef een aantal informatieve jeugdboeken. Dit is haar eerste jeugdroman en het leverde haar een Zilveren Griffel op. Deze mooierd is om zelf te lezen of om voor te lezen vanaf ca. 9 a 10 jaar.

Geef een reactie