Ze hadden hun schaapjes geteld / Benny Lindelauf ; illustraties van Marieke Nelissen

Het kerstverhaal: Josef en Maria, het ezeltje, Bethlehem, volle herbergen, de stal, de os, de ster, de herders. Ik weet het allemaal wel zo’n beetje en voelde nooit de behoefte om een van de vele boeken met het kerstverhaal te lezen. Tot nu: ‘Jeeeh! Een nieuwe Benny Lindelauf!!’

Toen ik laatst op Twitter zat te neuzen en op een recensie stuitte en dat uitriep, had ik geen idee dat de jongen die gezellig achter mij op de bankleuning zat, om dicht bij het stopcontact zijn telefoon op te laden, mijn lootje voor pakjesavond had getrokken en ineens wist wat te kopen. Want ik had niet alleen toevallig iets hardop geroepen wat ik heel tof zou vinden om te krijgen, maar ook hij heeft dankzij Hoe Tortot zijn vissenhart verloor jaren geleden zijn hart aan Benny Lindelauf verloren.

Terug naar het boek: dit is natuurlijk ook niet het kerstverhaal van A tot Z zoals we het allemaal kennen, want we hebben het wel over Benny Lindelauf. Dit is het verhaal van de herders, of eigenlijk van herdersmeisje Gili. En ergens, op de achtergrond, komen een man en een vrouw op een ezeltje voorbij, op zoek naar Bethlehem.

Gili wil net als haar broers, vader en opa schapenherder zijn, maar volgens haar broers zijn ‘meisjes herders van niks. Ze zijn te zwak om schapen te leiden!’ Helaas lijken ze daar gelijk in te hebben als Gili in de nacht op zoek gaat naar het medaillon van haar moeder dat ze die dag verloren had (‘Maar Gili, dit is het enige wat we nog van je moeder hebben!’) en daarbij haar favoriete schaap Brekebeen per ongeluk laat ontsnappen.

Ze kan dit niet laten gebeuren en gaat er midden in de nacht stiekem alleen vandoor om Brekebeen te vinden. Tijdens haar zoektocht overkomen haar alle akelige dingen waar haar vader zo bang voor is dat haar zullen overkomen: ze verdwaalt, valt in een ravijn en het ergst: stuit op de wolf. En dat is geen lieverdje. Maar gelukkig hebben Gili’s broers geen gelijk en weet Gili zich overal uit te redden. Waarbij ze ook het teruggevonden medaillon van haar moeder heel slim weet te gebruiken en zo nu en dan wordt bijgelicht door een bijzonder stralende ster.

En uiteindelijk stuiten we toch weer op de man, de vrouw en de ezel en blijkt dit toch het kerstverhaal te zijn. Maar dan van een totaal andere kant belicht, met totaal andere hoofdrolspelers en heel erg mooi verteld. Mooi, en vaak ook geestig, soms gericht tot de lezer (‘En dat betekent … Nou ja, je snapt wel wat dat betekent’) en met nog een klein verhaal binnen het verhaal.

Bijna de helft van het boek bestaat uit oogstrelende illustraties van Marieke Nelissen: vooral prachtige landschappen met zand, bergen, rotsen (soms in de vorm van een wolvenkop), ravijnen en sterrenhemels in terracotta-roodachtig en donkerblauw. Mensen en schaap zien er daarentegen juist zacht en lief uit.

Wat een wonderschoon kerstverhaal, in woord en beeld. Om voor te lezen vanaf ca. 6 jaar, zelf lezen vanaf een jaar of 8. Maar ik merk dat ik er moeite mee heb een leeftijd op te plakken: neem het lekker ruim zou ik zeggen.