Pokko heeft een trommel / Matthew Forsythe ; vertaald [uit het Engels]: Marita Vermeulen

‘Pokko heeft een trommel’, leest mijn man hardop terwijl hij langs de computer loopt waar het boek al klaar ligt om over te bloggen. ‘Ja, en daar hadden zijn ouders meteen spijt van’, zeg ik. Dat snapt mijn man heel goed: ‘Weet je nog dat we K. (onze oudste zoon, inmiddels 19 jaar) een trommel hadden gegeven?’. Ik weet het niet meer. Het was waarschijnlijk van korte duur. ‘Nou, ik weet het nog wel: het was verschrikkelijk!’, aldus mijn man. Nou ja, de ouders van Pokko hebben dus diezelfde fout gemaakt.

Naar buiten

Kikkertje Pokko is wèl heel blij met haar trommel en trommelt er lustig op los. Vader laat haar buiten trommelen: ‘Doe een beetje zachtjes aan. Wij zijn een kleine, stille familie kikkers. We wonen in een paddenstoel en we houden niet zo van gedoe.’ Buiten in het bos is het stil. Te stil. Eng stil. Op een van de illustraties zie je ook dat Pokko beloerd wordt.

Wolf

En dan plotseling loopt er een wasbeer achter Pokko aan, al banjo spelend. Daarna kom er een konijn met een trompet bij en vervolgens sluit een dansende wolf zich bij hen aan. Die dansende wolf eet opeens heel verrassend (en hilarisch) het konijn op. Pokko en de wasbeer schrikken: ‘Geen bandleden meer oppeuzelen of je vliegt eruit!’. Omdat de wolf sorry zegt en het meent, mag hij blijven.

Menigte

Ondertussen sluiten er een heleboel musicerende dieren aan én een heleboel dieren die dol zijn op muziek. Uiteindelijk komen ze met zijn allen uit in het huis van Pokko waar de menigte vader en moeder Kikker (moeder blijft stug doorlezen) naar buiten draagt. Niet dat iemand ze verstaat, maar vader en moeder Kikker moeten toegeven dat Pokko ‘eigenlijk best goed is’.

Illustraties

‘Oe, wat een mooie illustraties!’, zegt K. die net uit zijn werk komt (en nooit heeft leren trommelen). En daar ben ik het helemaal mee eens: wonderschone, vriendelijk ogende illustraties in zachte kleuren, eigenlijk alleen natuurtinten: okergeel, mosgroen, bruin, terracotta. Het doet me aan (sommige) illustraties van de Moemins (Moomins) van Tove Jansson denken, en een beetje aan Kikker en Pad van Arnold Lobel. Het heeft in ieder geval een zachte, heerlijk ouderwetse uitstraling.

Al met al een bijzonder en grappig verhaal, met prachtige illustraties. Ik lever het nog niet meteen in. Eerst wil mijn negentienjarige zoon het nog lezen.