Precies 10 jaar geleden, in 2010, werd ik genomineerd voor Bibliothecaris van het jaar, categorie Midden-Nederland.
Mocht je nou denken ‘Dat verzint ze!’, dan kan ik je zeggen’: dat heb ik zeker niet verzonnen. Mijn man had dat verzonnen.

Zijn vader zou een Lintje ontvangen en moest daartoe naar de Stadsschouwburg gelokt worden, zonder te weten waarvoor. Mijn man had de ultieme smoes bedacht: ik zou genomineerd zijn voor Bibliothecaris van het jaar (een toen nog niet bestaande prijs), regio Midden-Nederland omdat van het hele land wel wat ongeloofwaardig zou zijn, maar daarmee wel het provincieprobleem getackeld zou zijn (ik werk in Noord-Holland, maar woon in Utrecht) en het allerbeste: zijn ouders mochten niks tegen mij zeggen want het zou een verrassing voor mij zijn (en daarmee zou het probleem van de nieuwsgierige vragen van mijn schoonmoeder in combinatie met het feit dat ik totaal niet kan liegen ook meteen opgelost zijn). Ondertussen had ik met een paar collega’s enorme lol om mijn nep-nominatie voor een verzonnen prijs. Vooral omdat ik nooit voor zoiets genomineerd zou worden als het wel zou bestaan.

Hint, hint

Tien jaar geleden. Wat is er veranderd dan? Tien jaar geleden had ik het naast werk beredruk met woeste kinderen en huishouden. Behalve voorlezen hield ik mezelf buiten werk niet veel bezig met bibliotheekgerelateerde dingen. Geen tijd, te druk, het was belangrijk dat ik overeind bleef, dus vooral niet te veel bezig zijn met werk. Met mijn toenmalige baas had ik frustrerende functioneringsgesprekken waarbij de strekking was: er zit meer in je dan eruit komt (wat volgens mij helemaal niet waar was: er zat maar bar weinig in me. Ik stelde gewoon niet zo veel voor). En ondertussen kregen mijn zonen diagnoses AD(H)D en autisme, waarbij de psychiater mij beide keren diep in de ogen keek en zei dat dat erfelijke dingen zijn en nog net niet hardop ‘hint, hint’ zei.

Spiegel

Het duurde nog een paar jaar, toen ik om dreigde te gaan vallen door overmatig veel klassenbezoeken en deadlinestress, dat ik iets met die hint ging doen. En daar was het: na veertig jaar gestreden te hebben met mezelf, gedacht te hebben dat ik dom was, een mislukkeling, dat iedereen alles beter kon dan ik, dat ik alles altijd verpestte en er zeker niet méér in me zat, bleek ik ADHD te hebben. En het was alsof de spiegel omgedraaid werd. Ineens zag ik mezelf met totaal andere ogen: ik zag ineens mijn goede dingen, waar ik sterk in was, wat allemaal wel gelukt was ondanks de ongediagnosticeerde ADHD, zonder hulp en zonder begrip (vooral van mezelf). Er viel een loden last van mij af.

Stemmetje

Daarna ben ik gaan groeien: ik hoefde niet meer op alles ‘nee’ te zeggen (en ook niet op alles ‘ja’), dingen mochten voorzichtig uitgeprobeerd worden en mislukken, fouten mochten worden gemaakt. Ondertussen werden mijn kinderen groter en makkelijker (heel erg leuk waren ze altijd al) en gaf dat ook meer ruimte. Alles werd leuker en makkelijker en ik werd zelf ook leuker en makkelijker. Ik durfde een blog te beginnen (ondanks een stemmetje in mijn hoofd dat zei dat het geen aanvulling was op wat er al was, dat ik niet echt goed schreef, veel fouten maak en er eigenlijk niemand op zat te wachten), ik maakte een Facebookpagina om mijn blog te delen en later Twitter (waar het stemmetje liet weten dat echt niemand daar op mij zat te wachten. ‘Al is er maar één iemand die er wat aan heeft’, zei ik tegen het stemmetje, ‘dan ben ik daar al heel blij mee’).

Op Twitter trof ik echter ontzettend fijne, enthousiaste mensen: er was kennelijk nog wel plek voor mij. Behalve dat ik anderen wat te bieden had met mijn blog en ook zo nu en dan gevraagd en ongevraagd leestips en -adviezen gaf en vaak bibliotheek-anekdotes plaats, had ik ook veel aan de deskundigheid, het enthousiasme, de waardering en vriendelijkheid en gezelligheid van anderen. Ik ben totaal geen netwerker, en ook redelijk sociaal onhandig, maar Twitter bleek een plek voor mij waar dat ineens geen probleem was.

Volgens mij heeft dat er voor gezorgd dat ik, zoals in het juryrapport staat, genomineerd ben door ‘een breed scala aan bibliotheken en experts’. En natuurlijk niet te vergeten: mijn eigen fijne naaste collega’s uit eigen bibliotheek! Iedereen heel erg bedankt daarvoor! Jullie waardering heeft mij overdonderd!

Shine bright like a diamond

Een maand geleden werden de nominaties voor NBD Biblion Jeugdspecialist bekend gemaakt en kort daarna kreeg ik een mail van CPNB dat ze alle genomineerden wilden komen filmen in hun eigen bibliotheek. Gefilmd worden is niet mijn ding. Ik zag er wat tegenop, maar was wel benieuwd naar de filmpjes van de andere twee (Roos Visser en Annette Janssen) in hun natuurlijke habitat. 11 Juni was ik als eerste aan de beurt. Het viel me heel erg mee, want het was eigenlijk vooral heel gezellig. Misschien dat het ook wel meeviel dankzij het briefje dat mijn dochter de avond te voren op mijn hoofdkussen had gelegd:

Na heel lang filmen (hadden ze lekker veel rottig materiaal om eruit te kunnen knippen), moest er wat uit de auto gepakt worden. Ik opende de deur (want de bibliotheek was gesloten) en de juryleden (of twee van hen) kwamen binnen lopen. Oh, wat leuk, dacht ik: doen ze zeker bij ons allemaal, even op het eind nog langs komen. Maar ze gaven me bloemen, een groot bord en zeiden dat ik gewonnen had. Zoals je in het filmpje kan zien: de verrassing was echt. Ik ben heel goed te foppen.

Ode

Dat ik heb gewonnen is echt een ode aan de enthousiaste jeugdbibliothecarissen op de vloer, of zo je wilt: informatiemedewerkers met een groot hart voor de jeugd (want tegenwoordig zijn we bijna overal op de vloer van alles tegelijk).
En een ode aan mensen die ook worstelen met ADHD.

Super bedankt iedereen die mij heeft aangedragen, toegejuicht, gesteund, meer in mij zag dan ik zelf, die net zo enthousiast is over kinderboeken, leesplezier en bibliotheken als ik! En voor alle toffe reacties, kaartjes, bloemen, kadootjes, traktaties en uitnodigingen!