Griezelverhalen bij kampvuur

Afgelopen weekend mocht ik voorlezen op een ontzettend gezellig, vriendelijk, mooi klein festival: het Kampvuurfestival. Een kampeerfestival met (uiteraard) kampvuren, maar ook veel kampvuurmuzikanten, lekker eten, spelende kinderen, voorlezen en veel gezelligheid.

Overdag heb ik achttien verhalen voorgelezen aan jongere kinderen, verspreid over drie voorleessessies (die allemaal uitliepen, want als de kinderen nog een verhaal willen, wie ben ik dan om dat te weigeren?). Wat enorm leuk was om te doen, maar het meest bijzondere was voor mij het voorlezen van griezelverhalen in het donker. Een grote groep mensen (zowel kinderen als volwassen) zaten al in een grote kring om het kampvuur en hadden wel zin in griezelen. Er werd plek voor me gemaakt en ik kreeg stoelen aangeboden, maar aangezien ik graag voorlees op het puntje van een stoel of kruk heb ik de klap- en strandstoelen afgeslagen en ben ik op een katrol gaan zitten (naar bleek met een plas bier erop).

Lees meer

De man zonder gezicht

De man zonder gezicht / Andreas Palmaer ; vertaling [uit het Zweeds]: Lammie Post-Oostenbrink

In het voorwoord vertelt de schrijver dat de griezelverhalen in boeken over het algemeen niet meer van deze tijd zijn, terwijl er op internet juist steeds meer moderne griezelverhalen verschijnen, vaak anoniem, vaak in het Engels en vaak verschillende versies van een verhaal. De schrijver heeft verhalen uit deze creepypasta (terwijl ik dit woord tik, zeg ik het hardop en wordt er spontaan gejuicht door mijn zestienjarige zoon die direct geinteresseerd is in dit boek) gebruikt als inspiratiebron en dat geeft een bundel met fijne griezelverhalen. Zeer korte verhalen (in de vorm van een gedicht) en langere verhalen wisselen elkaar af. Griezelen met skype, gamen, de babyfoon, maar ook met nieuwe creeps zoals Slenderman en Goatman. De verhalen hebben vaak een open einde (al is het duidelijk dat je het niet naar een happy end kan buigen) en soms lazen we (ik las het voor aan mijn 10-jarige dochter) een laatste stukje nog even overnieuw om het extra goed te laten doordringen. Ik vond ‘Het beste computerspel ter wereld’ het engst, waarbij twee jongens een racespel deden waarbij ze de keuze hadden uit Real en Simulator. Zij kozen voor Real (‘Are you sure?’), niet door hebbende dat het niet echt¬†leek, maar echt was geworden. Het laatste verhaal gaat over urban explorers die een onbekend, nooit ontdekt, Astrid Lindgren pretpark dat in de jaren 70 volledig gebouwd, maar nooit geopend is, vinden. Het boek is vertaald uit het Zweeds en ik vraag me af of Nederlandse kinderen de attracties zullen herkennen (Karlsson-van-het-dak-achtbaantje, miniversie Mattisburcht uit Ronja de Roversdochter, Katlagrot). Ik zou het wel willen zien daar, waar het niet dat ik nu weet waarom dit fictieve pretpark nooit geopend en volledig geheim gehouden is.

Voor kinderen die niet gauw bang worden vanaf 10 jaar