Trippelende Tijger

Trippelende Tijger / Philippa Leathers ; vertaling [uit het Engels]: Jesse Goossens

Alle dieren zijn bang voor de tijger, maar niemand is bang voor kleine tijger. En terecht, want hij is buitengewoon koddig en schattig. ‘Ahh, net een klein poesje!’, riep een van mijn voorleeskindjes. Kleine tijger wil ook graag schrik aanjagen, en gaat de dieren besluipen om ze met zijn gegrom de stuipen op het lijf te jagen. Dat doet hij door op ze af te trippelen (‘trippel, trippel, trippel’ in combinatie met de geestige illustraties deed zelfs de ouders lachen) om ze vervolgens een schattig grommetje te laten horen. Niemand schrikt, niemand wordt bang en de vogels lachen hem uit. Uiteindelijk lukt het hem om zijn engste kop te trekken en zijn luidste grom te laten horen en iemand flink te laten schrikken. Helaas deed hij dit naar zijn eigen spiegelbeeld in het water en is hij dus zelf degene die zo schrok. Voor kleine tijger geeft dat helemaal niks: het is een overduidelijke ‘mission accomplished’, want hij heeft iemand aan het schrikken weten te maken. Tja, wellicht moet je jezelf ook niet met anderen vergelijken, maar kijken wat voor jezelf het hoogst haalbare is en daar tevreden mee zijn. Lief en grappig prentenboek met aantrekkelijke illustraties.

Eiland

Eiland / Mark Janssen

Als ik ‘Mark Janssen’ intik in de zoekbalk van de catalogus van mijn bibliotheek, krijg ik 225 resultaten. Mark Janssen heeft ontzettend veel boeken geïllustreerd: van de voetbalboeken van Gerard van Gemert tot de piraten van Reggie Naus, van prentenboeken tot eerste leesboekjes. Van sommige heeft hij ook de tekst geschreven. Ik vond de illustraties Van Mark Janssen altijd leuk, grappig en aantrekkelijk, maar verder vielen ze me niet heel erg op. Maar de laatste jaren is er wat veranderd. Ik weet niet wat er is gebeurd (is zijn stijl uitbundiger en kleuriger geworden of heb ik gewoon nooit genoeg opgelet?), maar zijn nieuwste boeken vind ik geweldig en wonderschoon (om er een paar te noemen: Kodo, de weg van de boog/Bert Kouwenberg: een heel groot leesboek voor kinderen tussen 9 en 12 jaar en de prentenboeken Niets gebeurd, Dino’s bestaan niet en Roodkapje en Ik wil een leeuw! met Annemarie van der Eem).

‘Eiland’ is zijn nieuwste prentenboek: met prachtige illustraties wordt zonder tekst het verhaal verteld over een vader, dochter en hond die na een schipbreuk (een spannende, enge prent in donkere tinten waarop het schip daadwerkelijk lijkt te breken) op een eilandje terecht komen. Op de prenten is echter duidelijk te zien dat het eilandje een reuzenschildpad is. En heeft de schildpad wel door wat er op zijn rug gebeurd? En wat als hij helemaal onder water duikt? Het wordt een reis over zee, met geweldig mooie prenten en een hartverwarmend einde. Niet alleen de kinderen waren enthousiast bij het voorlezen in de bibliotheek, de ouders ook. Een moeder wilde even zien hoe het boek nou precies heette en van wie het was, want: ‘deze is zo mooi, die moet ik onthouden’.

Wij!

Wij! / Hector Dexet

Hector Dexet maakt altijd prentenboeken die eruitzien als een kunstwerkje, met veel felle kleuren en verrassingsgaten of andere bijzondere vormen. Afgelopen week hadden we nieuw in onze collectie ‘Huizen’ (deze vond ik meer geschikt voor peuters dan voor mijn voorleespubliek van ca. 4-7 jaar) en ‘Wij!’. Allebei even uitbundig om te zien. In ‘Wij!’ gaat het er om dat we allemaal anders zijn, maar toch ook allemaal hetzelfde. De verschillen zitten vooral in de buitenkant. Dat kun je bijvoorbeeld zien aan de afbeeldingen van een bloot jongetje en en bloot meisje (altijd goed voor reacties van het kleuterpubliek), die je vervolgens om kan klappen en dan blijken ze IN hun lichaam (eerst de organen, daarna de botjes) toch wel heel erg op elkaar te lijken.

Mooi hardkartonnen prentenboekje, dat vooral voor peuters is, maar ook prima en leuk aan kleuters kan worden voorgelezen.

Vertaald uit het Frans, vertaler niet vermeld.

Johannes de parkiet

Johannes de parkiet / Mark Haayema & Medy Oberendorff

Zo, hier hebben we een heel bijzonder prentenboek, wat betreft tekst èn illustraties. Op tragikomische wijze wordt het verhaal verteld over parkiet Johannes die aanvankelijk in zijn eentje in een grote volière komt te wonen, maar er ongevraagd steeds meer vogels bij krijgt. Vogels in de meest exotische verschijningsvormen die je maar kunt bedenken, allemaal verschillende soorten. Het begint met wat gemopper van Johannes bij de eerste nieuwkomers, maar als het er wat veel worden raakt Johannes flink overstuur en valt zelfs een van de vogels aan. De andere vogels begrijpen het niet: niemand doet toch kwaad en er is toch plek en voer zat?  Als Johannes de andere vogel te lijf gaat, pakt baasje Gijs hem uit de volière en zet hem terug in zijn oude kooi. Tot bedaren gekomen beseft Johannes dat hij het misschien wat meer de kans had moeten geven. Hij ontdekt hij dat zijn kooi IN de volière staat en niet op slot zit. Hij besluit eruit te komen en gelukkig gaat nu alles goed.

Hoewel Johannes zich dus niet zo fijn en op een gegeven moment zelfs agressief naar de nieuwkomers gedraagt, is het verhaal op zo’n manier geschreven dat je hem ook wel aandoenlijk vind in zijn sociale onhandigheid. Johannes de Parkiet doet absoluut aan de komst van vluchtelingen en nieuwkomers denken en hoe sommige mensen daarop reageren, maar zonder dat er goede en slechterikken zijn. Duidelijk is wel dat je soms gewoon even moet wennen en dat je daar je best voor moet doen, maar dat agressie geen oplossing is.

Behalve het verhaal zijn de illustraties ook heel bijzonder: zo precies en fijn getekend. ‘Zijn het nou foto’s?’, vroeg een meisje tijdens het voorlezen. En dat was geen gekke vraag, want het is zo precies dat het wel foto’s lijken.

Wat verder opviel tijdens het voorlezen in de bibliotheek: de kinderen zaten van begin tot eind doodstil te luisteren. Dat maak ik maar zelden mee. Vinden ze een boek leuk: dan doen ze luidruchtig mee, vinden ze het niet leuk: draaien ze zich om, lopen weg of geven te kennen het saai of stom te vinden.

Dit prentenboek zou nog wel eens prijzen kunnen gaan winnen, in ieder geval is het alvast Kerntitel voor de Kinderboekenweek  2018.

Van wie is die sok?

Van wie is die sok? / Joukje Akveld & Charlotte Dematons

Het vijfde en nieuwste boekje in de geweldige ‘Van wie is die ….’-serie van Joukje Akveld. Met iedere keer weer een fantastische illustrator (Van wie is die hoed? maakte ze met Thé Tjong-Khing, Van wie is dat huis? met Annemarie van Haeringen, Van wie is die auto? met Philip Hopman en Van wie is die staart? met Martijn van der Linden).

Charlotte Dematons heeft er in dit deeltje allemaal bekende sprookjesfiguren in verwerkt. Iedere keer is er de terugkerende vraag ‘van wie is die …?’ en in dit boekje gaat dat steeds om een kledingstuk. Voor peuters misschien nog een uitdaging om te raden van wie (je kunt altijd kiezen uit vier opties, in dit geval sprookjesfiguren), kleuters hebben het meestal snel goed. Maar dat geeft niet, want er is een hoop te zien (na het raden volgt een afbeelding waarop je kan zien hoe het kledingstuk verdween), te lachen (vooral de kabouter met de blote billen deed het erg goed) en je af te vragen (wie neemt toch die kleren mee en waarom, en waarom kijkt die kleine prinses zo boos?). Uiteindelijk wordt alles duidelijk. Het was weer een feest om dit voor te lezen in de bibliotheek.

Hoewel dit stukje vooral over een van de vijf ging, moet ik hierbij zeggen: het zijn alle vijf enorme aanraders. Voor gegarandeerd voorleesplezier!