Prutje / Pieter Koolwijk ; met illustraties van Linde Faas

Jongetje Hens is erg ongelukkig met zijn leven: hij leeft met zijn ouders, zus en broertje (met verstandelijke beperking) in armoede in een piepklein huisje in een smerige volgepakte stad om iedere dag naar de fabriek te gaan om daar van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat te werken. Zijn kleine broertje Walm is niet in staat om te werken en het is Hens’ taak om tijdens zijn gevaarlijke werk in de textielfabriek ook op zijn broertje te passen. Geen makkelijke taak, zeker omdat Walm niet zindelijk is. Thuis is het ook niet gezellig: Hens vader is continu kwaad en Hens lijk steeds meer in opstand te komen tegen zijn leven. Volgens zijn familie moet hij niet zo moeilijk doen, want de situatie is nu eenmaal zo: ze zijn arm en daarom is dit hun leven. ‘Het gaat niet om geld’, volgens Hens: ‘gewoon om een beetje vrolijkheid in het leven’. Als Hens weigert te gaan werken en zijn vader hem laat weten dat hij dan niet meer welkom is thuis, loopt Hens weg.

Na een enorm stuk gelopen te hebben, blijkt Walm hem al die thuis gevolgd te hebben. Hem terugbrengen is geen optie, dus samen gaan ze verder. Op hun tocht ontmoeten ze een brutaal dakloos meisje dat een arm mist en dat zich (tegen de zin van Hens) bij hen aansluit. Het meisje, genaamd Vijf, heeft het over een stad waar ze over gehoord heeft waar genoeg te eten en te drinken is, waar het mooi en schoon is, niemand hoeft te werken en iedereen gelukkig is. Na lange omzwervingen, diefstal om te kunnen eten, inbraken om ergens te kunnen slapen, vinden ze zichzelf verdwaald in een bos. Een ontmoeting met een in gedichten pratend standbeeld brengt hen in, zowaar, de gelukkige stad.

Deze stad is een groot feest van kleurigheid, schoonheid en geluk en de drie kinderen worden met open armen ontvangen. Hoewel de kinderen goed verzorgd worden, heerlijk kunnen eten en de hele dag veel plezier hebben met andere kinderen, knaagt er wat bij Hens: hij heeft zijn ouders en zus achtergelaten. Walm mist zijn ouders en zus en als dat alleen maar erger wordt en Walm er zelfs ziek van wordt, neemt Hens een beslissing: ze moeten terug naar huis, terug naar hun familie. Dat blijkt echter niet zo makkelijk: als je eenmaal in de stad bent, kun je er nooit meer weg. De stad ligt hoog in de wolken. Zijn ze in de hemel?

Prutje, een titel die slaat op de smerige wereld waar ze vandaan komen, is een prachtig verhaal met een bijzondere tweedeling: een deel lijkt zich in de tijd van de industriële revolutie af te spelen, het andere deel in een vrolijke fantasiewereld. En zo is het vanaf de kaft ook al geïllustreerd: grijs/zwarte potloodtekeningen en uitbundig kleurig verfgebeuren. Kunnen deze werelden een beetje samen komen? Kan een beetje vrolijkheid de ellende verminderen? En kan je zelf wat aan je ellendige situatie doen? Ja, het kan. Of zoals Hens’ vader het op het eind zegt: ‘En misschien moeten we daarom eens wat vaker naar onze kinderen luisteren’.