De zweetvoetenman : over rechtszaken & regels (en een hoop gedoe)

De zweetvoetenman : over rechtszaken & regels (en een hoop gedoe) / Annet Huizing ; met illustraties van Margot Westermann

Als iemand mij ooit zou hebben gezegd dat ik op een dag een heel dik zwaar boek over het Nederlandse rechtssysteem zou lezen en daar heel veel veel plezier in zou hebben, zou ik dat vrij ongeloofwaardig hebben gevonden. Maar het is gewoon waar! Annet Huizing heeft een jeugdboek over rechtszaken en regels in Nederland geschreven waarbij alles ontzettend duidelijk wordt uitgelegd aan de hand van praktijkvoorbeelden. Dat klinkt nog steeds saai, maar de voorbeelden zijn buitengewoon interessant en heerlijk om te lezen. Een heleboel bekende zaken komen voorbij, maar ook zaken van veel langer geleden. Zaken die nu nog steeds van belang zijn, zoals die van het paard dat illegaal verkocht werd ten tijde van de Eerste Wereldoorlog en wat die zaak nu voor invloed heeft op de rechtspraak betreffende cybercrime.

Alles is in korte duidelijke stukjes ingedeeld en het geheel ziet er superaantrekkelijk uit door de illustraties van Margot Westermann. Het is een feest om te lezen, en om te zien. Als je het uit hebt blijk je per ongeluk heel veel te hebben geleerd en het Nederlandse rechtssysteem veel beter te begrijpen. En dan zijn er ook nog eens niet of nauwelijks jeugdboeken over dit onderwerp. Kortom: een enorme aanrader en een boek dat iedere bibliotheek in collectie zou moeten hebben.

De Zweetvoetenman is een van de 33 titels op de lijst Best Verzorgde Boeken 2017 en een van de genomineerden voor de Woutertje Pieterse Prijs 2018.

Het hoofdstuk over de Zweetvoetenman is overigens extra interessant voor bibliotheken: omdat dat gaat over een man met enorm stinkende voeten in een bibliotheek. Mocht de bibliotheek hem een verbod opleggen? En voor wie het niet wist: lastige en opmerkelijke bibliotheekbezoekers krijgen net zoals de zweetvoeteman bijnamen van het personeel (als het personeel hun echte naam niet weet). Liefst een duidelijk uiterlijk kenmerk of een bijnaam die het probleem aangeeft. Zo hebben ik in de loop van de jaren langs zien komen: de man met het hoedje, de getikte tweeling, het meisje/vrouw met de zwarte haarband, de man met de tulband (ook wel de man met de rubberen laarzen), de gluurder, de pornoman, de vrouw met de rollator, de vrouw in de scootmobiel, de alcoholist, de man met de legerjas, de stinkman, de plasman, de stalker van … en onze nieuwste: Superman.

En toen, Sheherazade? En toen? : uit de verhalen van duizend-en-een-nacht

En toen, Sheherazade? En toen? : uit de verhalen van duizend-en-een-nacht / Imme Dros & Annemarie van Haeringen

‘Vaak dacht de koning na over Sheherazade en over hoeveel moed ze als vrouw moest hebben om iedere ochtend weer de dood onder ogen te zien, en hij vergeleek haar moed met die van zijn krijgers tijdens een veldslag en met de moed die hij zelf in een oorlog getoond had, en moest bekennen dat zij moediger was, met alleen haar woorden als wapens’.

Nadat koning Sjahriar zijn vrouw betrapt heeft met een slaaf en hen heeft omgebracht, eist hij iedere nacht een nieuwe bruid die hij na die nacht direct laat onthoofden. Zo kan geen vrouw hem nog ontrouw zijn. Om dit uitmoorden van jonge vrouwen te stoppen biedt Sheherazade zichzelf vrijwillig aan als nieuwe nachtvrouw. Zij vertelt de vorst de eerste nacht een verhaal, dat aan het einde van de nacht nog niet uit is. Om het einde van het verhaal te horen laat hij haar nog een nacht leven. Dit was juist Sheherazades plan en iedere nacht vertelt zij verder, maar nooit is het verhaal aan het einde van de nacht uit. En zo wordt binnen het verhaal over de vorst en de vertellende jonge Sheherazade het ene verhaal na het andere vertelt en soms zit er in die verhalen ook weer een verhaal, want in de verhalen die zij vertelt over Sinbad de Zeeman is Sinbad de verteller. Aan het einde van de verhalen is er steeds een soort herhaling die voor een fijne cadans zorgt.

Ik miste de verhalen van ‘Ali Baba en de veertig rovers’ en ‘Aladdin en de wonderlamp’, maar op het einde van het boek is er een stuk ‘Over de verhalen van Duizend-en-een-nacht’ waarin staat dat deze verhalen zijn toegevoegd in de eerste Europese vertaling door Fransman Antoine Calland in de 18e eeuw. Weer wat geleerd.

Heel veel was er nog niet voor kinderen wat betreft de verhalen van Duizend-en-een-nacht. En van wat er wel is, gaat het vooral om de toegevoegde verhalen van Alladdin en Ali Baba. Bovendien is deze bundel ook nog eens heel mooi, zowel de tekst van Imme Dros als de prachtige en herkenbare illustraties van Annemarie van Haeringen. Dikke bundel, met blauw op snee en oranje leeslint. De buitenkant op zich is al zeer mooi. Genomineerd voor de Woutertje Pieterse Prijs. De winnaar wordt over een paar dagen bekend gemaakt.