Een ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan / Pim Lammers & Natascha Stenvert

Hèhè, eindelijk te pakken gekregen, eindelijk tijd om te lezen, te bekijken en over te schrijven, want dat wilde ik al een tijdje, maar er kwam van alles tussendoor. Want dit is niet zomaar een prentenboek, maar een dubbelbekroning: Zilveren Griffel 2025 én Gouden Penseel 2025! En het is ook een van de prentenboeken uit de Prentenboek Top Tien 2026.
De juf vroeg of we een familiefoto wilden meenemen, eentje waar we met het hele gezin op staan. Ik heb hem helaas zelf moeten tekenen, want mijn familie houdt niet zo van op de foto gaan. Op de illustratie zien we een jongetje met zwart-witte kleren, die een kleurrijke tekening toont met wel heel veel gezinsleden. En dieren ook.
Het jongetje vertelt ons over zijn familie: drie vaders (een brandweerman, één werkend in een snoepwinkel en een piraat), twee moeders (president en superheld) en – hij moet even tellen – Wij zijn thuis met… tien, elf, twaalf, dertien… ja, dertien kinderen. Met al die broertjes en zusjes is het één groot, gezellig feest. Op de illustratie zie je een hele gezellige slaapkamer met torenhoge stapelbedden, met allemaal superknusse bedjes en in elk bed ligt minstens één boek. Er wordt gekeet, gespeeld, muziek gemaakt en in een knus hoekje gelezen.
Om de gekkigheid af te maken hebben ze ook nog een dierentuin, en natuurlijk ook een ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan. Hoewel alles natuurlijk kan in (prenten)boeken, vraag je je af of het jongetje dit niet allemaal bij elkaar heeft gewenstfantaseerd.
En ja, uiteindelijk geeft hij het eerlijk toe: Oké, oké, je hebt het vast al door – mijn échte familie komt op deze tekening niet voor. Hij was gewoon een beetje jaloers op alle kinderen die niet heel saai maar één vader en één moeder hebben. Dan hebben zijn ouders ook nog eens hele saaie banen en kijkt zijn zus alleen maar op haar telefoon. Ze hebben ook geen dieren (alleen twee suffe goudvissen in een kom) en zelfs de familiefoto is supersaai.
Maar dan komt er zo’n lief, ontroerend einde: Oké, oké, soms, héél soms … en dan noemt hij verschillende lieve, fijne, gezinsmomentjes. Het zijn kleine dingetjes, maar juist die dingen die een fijn, warm gezin maken en waardoor het jongetje uiteindelijk toch tot de conclusie komt: wat fijn dat ik op onze familiefoto tussen hen in mag staan.
Pim Lammers heeft hiermee weer een superleuk én lief boek gemaakt waarin diversiteit op vrolijke wijze gewoon normaal is, maar ook het oerdegelijke doorsnee gezin is helemaal prima. Het gaat om hoe je met elkaar omgaat, een warme plek, met fijne momenten, van mensen die bij elkaar horen. Wat zou de wereld mooi zijn als alle kinderen in zo’n gezin zouden opgroeien, saai of kleurrijk, dat maakt niet uit.
De tekst is op rijm en de vrolijke illustraties geven heel mooi de saaiheid versus het wensgezin aan: het supersaaie gezin is getekend in zwart-wit (met alleen een beetje rood voor de wangen, en voor de pukkels van puberzus), het gewensdroomde gezin en de diverse gezinnen van klasgenoten zijn juist met veel kleur. Maar de geluksmomentjes op het einde – ook al blijft het gezin zelf zwart-wit – zijn op polaroid kleurenfoto’s vastgelegd.
Wat een ontzettend vrolijk boek, met heel lief einde! Leuk voor alle kinderen vanaf ca. 5 jaar, uit wat voor gezin ze ook komen.

Geef een reactie