Alle verhalen van Ridder Florian

Alle verhalen van Ridder Florian / Marjet Huiberts ; met tekeningen van Philip Hopman

Van Ridder Florian zijn vele prentenboeken en hier zijn ze gebundeld (inclusief twee nieuwe verhalen)  in een lekker dik boek voor extra lang plezier.

‘Ridder Florian de Bange’ (zo beginnen alle verhalen) is een riddertje in kleuterformaat, dat ieder verhaal angstig of bevooroordeeld ingaat, maar aan het einde steeds weer ervaart dat de werkelijkheid anders is en altijd in positieve zin. De akelige nar die Florian publiek te kakken zet, wordt zelf zo bang voor de kleine boze pony van Floriamndat hij het zelf van angst in zijn broek doet, de enge draak blijkt gewoon een vriend te willen, de boze keizerin is eigenlijk een goedlachse vrouw die hartelijk om Florians moppen lacht, de gemene oplichter wordt uiteindelijk door Florian om de tuin geleid en de monnik is geen stinkende zonderling maar een lieve muzikale leermeester. En vooral alle grote boze mannen blijken maar bange poeperds.

Continue reading “Alle verhalen van Ridder Florian”

Ronja de roversdochter

Ronja de roversdochter / Astrid Lindgren ; vert. [uit het Zweeds] door Rita Törnqvist-Verschuur ; met tek. van Ilon Wikland

Er zijn toch best wel wat klassiekers die ik niet gelezen heb. Ik probeer daarom af en toe wat in te halen. En ik vraag mij daarbij ook altijd af of zo’n boek inmiddels wat gedateerd is, of dat we met een tijdloze klassieker te maken hebben. Ik heb het boek voorgelezen aan mijn 11-jarige dochter en we vinden samen dat het helemaal niet ouderwets is. Heerlijke zinnen om voor te lezen en de ouderwets woorden en uitdrukkingen die we tegen kwamen waren niet storend en vond ik eigenlijk heel leuk: ‘Dat had hij gedacht, dat stuk addergebroed!’. Het woord addergebroed zouden we mijns inziens zelfs opnieuw moeten gaan gebruiken. Regelmatig werd er iemand ‘naar de bliksem’ gewenst (waarbij ik aan Meneer Big van Gitte Spee moet denken) en een hele mooie: ‘het huilen stond hem nader dan het lachen’, een uitdrukking die ik ken van de boeken van Daan Zonderland, die mijn vader vroeger voorlas. De hier en daar mooie, ouderwetse woorden en uitdrukkingen  passen eigenlijk alleen maar bij het verhaal dat speelt in een sprookjesachtig bos in een onbekend land in ver vervlogen tijden.

Lees verder

Meisje in het rood

Meisje in het rood / verhaal en illustraties van Roberto Innocenti ; geschreven door Aaron Frisch ; vertaling uit het Engels: Clavis Uitgeverij

Dit boek is al wat ouder (2015), maar het blijft een heel bijzondere. Sommige boeken zijn na een paar jaar al een beetje wazig geworden in mijn hoofd. Deze niet. Helaas wordt het weinig uitgeleend in mijn bibliotheek. Met dank aan Facebook die graag laat weten wat je precies een jaar, twee jaar, drie jaar en meer jaar geleden hebt geplaatst, heb ik het stukje weer terug dat ik in 2015 over dit boek schreef:

Wat als Roodkapje (of in dit geval Sophia) niet door een eng gevaarlijk bos moet om bij haar zieke oma (Nana) te komen, maar door een enge gevaarlijke stad? Want ook daar kun je stuiten op wolven die zich vriendelijk en hulpvaardig voordoen. Bijzonder B-prentenboek met tekst in tekstblokjes. Verhaal met fatale afloop, of met Happy End, want “Weet je nog wat ik zei over verhalen? Verhalen zijn magisch. Wie zegt dat er maar 1 einde is?”, aldus de verteller in de vorm van een piepklein lichtgevend dametje met breiwerk.

Van wie is die sok?

Van wie is die sok? / Joukje Akveld & Charlotte Dematons

Het vijfde en nieuwste boekje in de geweldige ‘Van wie is die ….’-serie van Joukje Akveld. Met iedere keer weer een fantastische illustrator (Van wie is die hoed? maakte ze met Thé Tjong-Khing, Van wie is dat huis? met Annemarie van Haeringen, Van wie is die auto? met Philip Hopman en Van wie is die staart? met Martijn van der Linden).

Charlotte Dematons heeft er in dit deeltje allemaal bekende sprookjesfiguren in verwerkt. Iedere keer is er de terugkerende vraag ‘van wie is die …?’ en in dit boekje gaat dat steeds om een kledingstuk. Voor peuters misschien nog een uitdaging om te raden van wie (je kunt altijd kiezen uit vier opties, in dit geval sprookjesfiguren), kleuters hebben het meestal snel goed. Maar dat geeft niet, want er is een hoop te zien (na het raden volgt een afbeelding waarop je kan zien hoe het kledingstuk verdween), te lachen (vooral de kabouter met de blote billen deed het erg goed) en je af te vragen (wie neemt toch die kleren mee en waarom, en waarom kijkt die kleine prinses zo boos?). Uiteindelijk wordt alles duidelijk. Het was weer een feest om dit voor te lezen in de bibliotheek.

Hoewel dit stukje vooral over een van de vijf ging, moet ik hierbij zeggen: het zijn alle vijf enorme aanraders. Voor gegarandeerd voorleesplezier!