Die peer is voor mij!

Die peer is voor mij! / Anuska Allepuz ; vertaling [uit het Engels]: J.H. Gever

‘Dit boek gaat over …. ?’, vroeg ik aan de voorleeskinderen toen ik de kaft liet zien. ‘Muizen’, zeiden de kinderen. Maar op de eerste bladzijden is er geen muis te bekennen: het gaat over olifanten. De muizen komen een aantal pagina’s verder in het verhaal: piepklein. Dus wie niet oplet, mist ze. Maar ze zijn erg belangrijk in het verhaal: ineens is er een boom ontdekt met heerlijke peren. De olifanten proberen ieder voor zich (‘Die peer is voor mij!’) op allerlei manieren de hoge peer uit de boom te bemachtigen. Ondertussen werken de muizen samen om die peer te pakken te krijgen. De pogingen van de olifanten mislukken jammerlijk, de muizen slagen. Als de olifanten de muizen horen roepen ‘Die peer is voor ons!’ beseffen ze waarom het de muizen wel gelukt is: het zit ‘m in het woordje ons. Met dit besef komt het wel goed en uiteindelijk smult iedereen van de peren.

Dit had een braaf of moraliserend verhaal over samenwerking kunnen zijn, maar ook al is de conclusie duidelijk: het is een ontzettend grappig boek: het aftellen en de uitroepen van de muizen tijdens hun project, de idiote pogingen van de olifanten. Een boek mag zeker wel een boodschap hebben, als het maar leuk gebracht wordt. En dat is hier absoluut gelukt.

 

Johannes de parkiet

Johannes de parkiet / Mark Haayema & Medy Oberendorff

Zo, hier hebben we een heel bijzonder prentenboek, wat betreft tekst èn illustraties. Op tragikomische wijze wordt het verhaal verteld over parkiet Johannes die aanvankelijk in zijn eentje in een grote volière komt te wonen, maar er ongevraagd steeds meer vogels bij krijgt. Vogels in de meest exotische verschijningsvormen die je maar kunt bedenken, allemaal verschillende soorten. Het begint met wat gemopper van Johannes bij de eerste nieuwkomers, maar als het er wat veel worden raakt Johannes flink overstuur en valt zelfs een van de vogels aan. De andere vogels begrijpen het niet: niemand doet toch kwaad en er is toch plek en voer zat?  Als Johannes de andere vogel te lijf gaat, pakt baasje Gijs hem uit de volière en zet hem terug in zijn oude kooi. Tot bedaren gekomen beseft Johannes dat hij het misschien wat meer de kans had moeten geven. Hij ontdekt hij dat zijn kooi IN de volière staat en niet op slot zit. Hij besluit eruit te komen en gelukkig gaat nu alles goed.

Hoewel Johannes zich dus niet zo fijn en op een gegeven moment zelfs agressief naar de nieuwkomers gedraagt, is het verhaal op zo’n manier geschreven dat je hem ook wel aandoenlijk vind in zijn sociale onhandigheid. Johannes de Parkiet doet absoluut aan de komst van vluchtelingen en nieuwkomers denken en hoe sommige mensen daarop reageren, maar zonder dat er goede en slechterikken zijn. Duidelijk is wel dat je soms gewoon even moet wennen en dat je daar je best voor moet doen, maar dat agressie geen oplossing is.

Behalve het verhaal zijn de illustraties ook heel bijzonder: zo precies en fijn getekend. ‘Zijn het nou foto’s?’, vroeg een meisje tijdens het voorlezen. En dat was geen gekke vraag, want het is zo precies dat het wel foto’s lijken.

Wat verder opviel tijdens het voorlezen in de bibliotheek: de kinderen zaten van begin tot eind doodstil te luisteren. Dat maak ik maar zelden mee. Vinden ze een boek leuk: dan doen ze luidruchtig mee, vinden ze het niet leuk: draaien ze zich om, lopen weg of geven te kennen het saai of stom te vinden.

Dit prentenboek zou nog wel eens prijzen kunnen gaan winnen, in ieder geval is het alvast Kerntitel voor de Kinderboekenweek  2018.